Verslag groep 114 Ecuador

Cuenca, Ecuador

Trainingsdata: 2-6 mei 2017

door Francesco Melita

Ecuador is letterlijk een paradijs op aarde. Het heeft alles wat je je maar kan wensen: prachtige stranden, fantastisch gebergte (de Andes) met indrukwekkende vulkanen en het Amazonegebied. Maar vooral: de mensen zijn er erg vriendelijk en behulpzaam. Je voelt je ieder moment welkom.

Aan de andere kant is de werkloosheid erg hoog en leeft 50% van de bevolking onder de armoedegrens. Het is voor mensen in Ecuador niet ongewoon om twee banen tegelijk te hebben. Een taxichauffeur of winkeleigenaar werkt bijvoorbeeld 7 dagen in de week en 12 uur per dag. Het minimumloon ligt op 8,39 dollar per dag, terwijl de prijzen van veel goederen sinds de dollarisering een aantal jaar geleden op westers niveau liggen.

Janneke Bruil, een Nederlandse medewerkster van een NGO in Ecuador en ervaren facilitator had tot mijn grote vreugde aangeboden om met mij de training te geven. Zij had iemand van een lokale organisatie (Hearts of Gold Foundation), dat een zeer uitgebreid netwerk heeft onder lokale NGO’s, bereid gevonden om als Local Project Cordinator (LPC) te fungeren. De Hearts od Gold Foundation bleek alles tot in de details geregeld te hebben: Janneke en ik waren ondergebracht midden in het centrum van Cuenca (stad in het zuiden van het land, waar de training plaatsvond), in een schoon hotel met uitstekend eten, en op 15 minuten loopafstand van de Universiteit, waar we gratis konden beschikken over een leslokaal. Het leslokaal bleek uitgerust met 3 grote schrijfborden, een beamer en wifi. Op de eerste dag kwam iemand van de technische afdeling van de universiteit om de toegang tot de wifi op onze laptops te regelen. Zo had ik het nog niet eerder meegemaakt!

Janneke had me gewaarschuwd dat mensen uit de Sierra (het hooggebergte) nogal stil en gesloten konden zijn. In de voorbereiding hadden we daarom uitgebreid aandacht besteed aan het bedenken van een persoonlijke, leuke en humorvolle kennismaking om het ijs te breken. We lieten de deelnemers bovendien zelf een lijst met afspraken maken over hoe we zouden samenwerken, waarbij ze niet alleen kwamen met zaken als “respect tonen” en “op tijd komen”, maar ook bijvoorbeeld met “veel grappen maken”.

Onze deelnemers, merendeels vrouwen uit een stedelijke omgeving tussen de 25-45 jaar jong, bleken al snel bereid om openlijk over zichzelf en de moeilijkheden die ze ervoeren in zowel hun werk en als in de Ecuadoraanse cultuur te praten. Al gauw ontstonden persoonlijke gesprekken en boeiende gedachtewisselingen.

Creatieve vormen

Om de creativiteit van de deelnemers zoveel mogelijk te stimuleren en ze kennis te laten maken met verschillende presentatievormen, kozen wij voor de volgende vernieuwingen in het proces van de Appreciative Inquiry:

– In plaats van een volledige presentatie van stap 1 van de Appreciative Inquiry, gaven de deelnemers een “pitch” van 1 minuut over de essentie van hun organisatie aan de hand van een tekening.

– In plaats van praten over ‘lessons learned’ aan het begin van de dag, kozen wij voor de term ‘oogst van de vorige dag’ waarbij deelnemers moesten aangeven: ‘wat bekend was en wat nieuw was.’ Het laatste hielp ons ook om steeds beter te kunnen inschatten wat hun kennisniveau en kennisbehoefte was.

– Bij stap 2 van de Appreciative Inquiry lieten we de deelnemers elkaar interviewen, om hen daarna de dromen van de ander aan de groep te laten presenteren. Iemand anders hun dromen horen verwoorden, had een versterkend effect op de deelnemers en zorgde er bovendien voor dat er niet te veel werd uitgeweid.

– Bij stap 3 van de Appreciative Inquiry vroegen we de deelnemers om door middel van het maken van een collage, waarvoor we oude tijdschriften en gekleurd papier ter beschikking hadden gesteld, uit te beelden hoe ze hun toekomst zagen.

– Bij stap 4 van de Appreciative Inquiry vroegen we ze om aan de hand van de gemaakte collage zo duidelijk mogelijk toe te lichten wat hun eerstvolgende concrete stap zou zijn (opnieuw met de uitnodiging om zich tot de essentie te beperken).

Ook namen we iedere ochtend tijdens de ‘oogst van de dag’ uitgebreid de tijd om zowel het presenteren als het geven en ontvangen van feedback te oefenen. Dit leidde tot een intieme sfeer waarbij onderwerpen als cultuur, gewoontes en obstakels in hun werk als vanzelfsprekend naar boven kwamen. Het oefenen in feedback geven bleek heel erg waardevol. Het kostte echter wel veel tijd om zoveel rondes te houden: presentatie, feedback en dan nog feedback op beide. Dit deden we dan ook minder uitgebreid op dag 3 en 4.

Eerst zorgen voor jezelf, en dan voor de ander

In een groep, die voornamelijk bestond uit doorgewinterde hulpverleners (vooral speciaal onderwijs, werk met straatkinderen, kinderen met kanker en autistische kinderen en slachtoffers van de aardbeving in april 2016), bleek het ‘Florence Nightingale’-syndroom volop aanwezig. Het thema: ‘Hoe zorg ik goed voor mezelf terwijl ik de wereld aan het redden ben?’ was dan ook van groot belang voor deze groep. Naast natuurlijk de meer gebruikelijke onderwerpen als timemanagement, motiveren/inspireren, feedback geven en het omgaan met conflicten. Daarom voegden wij een onderdeel ‘Zelf-zorg’ toe aan de training in Cuenca, waarbij we eerst de deelnemers in kleine groepen lieten inventariseren wat er al aan kennis onder de deelnemers aanwezig was en hen dit vervolgens in een plenaire bijeenkomst lieten presenteren. De daaropvolgende discussie leverde veel nieuwe inzichten op.

Hoe zorg ik goed voor mezelf in een organisatiecultuur waarin ik word verwacht iedere ochtend eerst iedereen uitgebreid te begroeten en waarin het sociale belangrijker lijkt dan het inhoudelijke? Hoe ga ik om met directieve leidinggevenden, die geen rekening houden met al het andere dat al op mijn bord ligt? Hoe ga ik om met een conflict, zonder mezelf altijd maar weer aan te passen en in te voegen? Hoe motiveer ik medewerkers die iedere vorm van feedback ervaren als kritiek? Wat kan ik doen om luie vrijwilligers aan het werk te krijgen zonder het werk zelf op me te nemen?

Vooral het aangeven van ‘wat beter kan’ in een feedback-proces bleek in de Ecuadoraanse cultuur ‘not done’ te zijn. De deelnemers bleken over een bijzonder Ecuadoraanse gave te beschikken, namelijk ‘decorar’, letterlijk versieren, maar in praktijk betekende dit je boodschap verpakken in allerlei

formuleringen om te ‘verbloemen en verzachten’. Dit leidde in de training tot hilarische situaties, waarbij een deelnemer na de ander overstelpt te hebben met complimenten, begon met: ‘En als er een kleinigheidje nog zou kunnen zijn die ik zou kunnen benoemen dan is dat jij misschien in sommige gevallen iets specifieker zou kunnen benoemen wat je wilt, al is dit niet belangrijk en was het natuurlijk, zoals ik al zei, echt een hele heldere en boeiende presentatie’. Er ontstond bovendien een heel dynamisch gesprek over culturele verschillen tussen Ecuador, Nederland en Italië in het omgaan met kritiek, waarbij deelnemers zich vooral afvroegen hoe en wanneer Nederlandse kinderen dit leren.

Ter plekke behaalde successen

Het leren over het geven van feedback bleek veel impact te hebben op de deelnemers. Twee organisaties gaven aan van plan te zijn regelmatig momenten te nemen om met het team terug te kijken en elkaar feedback te geven en zo een cultuur te creëren waarin dit beschouwd wordt als waardevol. Ook opperde iemand dat ze op een participatieve manier met haar team werkafspraken wilde gaan maken, zoals we dat aan het begin van de week hadden gedaan. Alle deelnemers zijn voornemens om betere luisteraars te worden en beter voor zichzelf te gaan zorgen. Eén gaf aan dat delegeren haar nieuwe speerpunt zou worden. Ten slotte werd herhaaldelijk gezegd dat de waarde van visuele middelen en het gebruik van metaforen, bijvoorbeeld in tekeningen, tot nu toe onderschat werd en veel deelnemers willen daar meer gebruik van gaan maken in hun werk. De deelnemers zijn een actieve whatsapp-groep gestart met als hoofddoel ‘elkaar eraan te herinneren voor zichzelf te zorgen’. Voorlopig zitten wij ook nog in deze groep.

Conclusie

Dit was mijn derde buitenlandse training voor Libre. Na Zuid-Afrika en Kenia, waarbij deelnemers meestal niet voldeden aan de toelatingscriteria van Libre, was dit voor mij een verademing. Deelnemers van hoog zowel opleidings- als ervaringsniveau en die veel en vooral van elkaar leerden. Soms leek de training meer op een netwerkbijeenkomst, die tot doel had om ervaringen en kennis te delen, en de band tussen lokale organisaties te versterken. Eerlijkheidshalve moet ik er wel aan toevoegen dat het succes van deze training ook te danken is aan mijn mede-trainster Janneke. Zij kwam niet alleen om de haverklap met nieuwe creatieve ideeën en originele werkvormen, maar was bovendien ook heel goed in staat om de sfeer in de groep aan te voelen en dit in haar uitstekende Spaans te verwoorden. Mijn informele Spaans dat aangevuld wordt met Italiaanse en Fransen termen, werkte heel goed voor de hilariteit in de groep, maar het was Janneke die mij iedere keer redde door de puntjes op de ‘i’ te zetten. Het vertellen van verhalen om een onderwerp in te leiden werkte bijzonder goed bij deze groep. En omdat dat mijn sterke kant is, vulden wij als trainers elkaar erg goed aan. De verschillende dynamische oefeningen en spelletjes van Libre bewezen ook nu weer hun waarde in het inzichtelijk maken van de voornaamste thema’s waarmee leiders te maken krijgen.

Wat is de aanpak van Libre Foundation

Lees meer over onze werkwijze.

Bel ons met je vragen!

Heb je een vraag over Libre, de foundation of de opleidingen?
Neem gerust contact met ons op!

 

telefoonnr Libre

06 5571 0069